In een reactie op de zwartgallige woorden van de criticaster
en ex-Huppakeeauteur Basilicum, wiens literair meesterwerk van maar liefst één
zin alles behalve bovengronds genoemd kan worden, vraag ik in een zeer
vriendschappelijke poging om een krachtige onderbouwing. Er wordt namelijk
verondersteld dat zes voeten onder de grond, waar is onduidelijk, iets zeer
waardevols te vinden is. Na enkele vergeefse graafpogingen van mij en mijn
schep, vraag ik dan ook aan de weledel geleerde heer in de Rechtsgeleerdheid
Basilicum om een nadere beschrijving te geven van de vindplaats. Het moge
immers duidelijk zijn dat het nieuwsgierig maken van het gepeupel ook zijn
consequenties heeft en dat dergelijke verantwoordelijkheden vragen om
verduidelijking. Het liefst in de vorm van een nauwkeurige plaatsindicatie.
Een nadere toelichting van mijn padvindersactiviteiten dienen naar alle
beschaafdheid ook te worden prijsgegeven, in de hoop wat sympathie los te weken
bij de drager van de benodigde ontbrekende coördinaten.
Het gevoel een schat te hebben begraven doet iedere koning pijn. Een schat is
tenslotte niet geboren om onder een plafond van aarde en onkruid te worden
verscholen. Daar wordt men doorgaans op het hoogste ambt een tikkeltje
zenuwachting van.
Iets dat waarde bevat, dient als elk museumstuk te worden tentoongesteld aan
ieder die het aanschouwen wil. Met of zonder gekleurde bril.
Soms is het noodzakelijk een potentieel zijn verwarrende pubertijd te laten
doormaken en net als de meeste vrouwen een beetje te laten rijpen. Zeer zelden
is een initiatief in staat gouden
eieren te poepen binnen de eerste werkdag. Maar er zijn uitzonderingen, dat zal
ik niet onder stoepen of bakken schuiven.
Toch moeten we er per definitie niet van uitgaan dat we te maken hebben met een
uitzondering, die eer is meestal aan anderen. Maar een voorbarige
overlijdensbrief zonder autopsie kan geen enkel wetenschappelijk ingesteld mens
door de vingers zien. Er moet met alle voorzichtigheid van uit worden gegaan
dat er sprake kan zijn van een kortstondige menopauze, die slechts met een beperkte
medische ingreep uit deze kleine bekrompen wereld kan worden verholpen.
Zo ook kunnen we hier naar alle waarschijnlijkheid, in het geval van Huppakee,
spreken van een begrafenis zonder dat er een overlijden is geconstateerd; een
daad, die met ons Nederlandse rechtsstelsel als uitermate strafbaar zou moeten worden
bestempeld. Gelukkig is de heer Basilicum zich daar natuurlijk gedegen van
bewust aangezien zijn achtergrond en opleiding hem deze zekerheid bieden. Daarom gaan we er
voor het gemak en uit diplomatieke overwegingen van uit dat we het in deze
kwestie slechts hebben over daden ,die zijn bedoeld om het naderende onheil,
dat niet mag worden ontkend, af te weren of tenminste uit te stellen. In de
hoop een enthousiasteling aan te spreken die acuut zijn stokje er voor durft te
steken en hiermee de recessie dwingt af te treden.
Het is een teken van bezorgdheid dat
zich, niet geheel onvergefelijk heeft ontwikkelt in een kleine radicale daad. Soms is dat ook nodig! Een dakloze zal ook pas gaan werken wanneer hij een
schop onder zijn reet krijgt.
Een daad met inhoud, daar houden we wel van en laten we niet vergeten; een waarschuwing kent geen tijd! Daar kunnen we niets minder
dan dankbaar voor zijn in deze egoïstische samenleving, waar men elkaar zelfs
geen houtje gunt om op te bijten.
Maar na deze blijk van een positief vertrouwen
in de heer Basilicum doe ik een beroep op het recht van gelijke behandeling in de hoop een reddingsactie in gang te zetten.
Met vriendelijke groet,
Joe
