Het verstand is in mijn geval niet altijd meester van het gedrag en de actie.
Helaas. Dat zou het leven een stuk makkelijker maken.
Slapen vooraf gaande aan het werk is voor mietjes, maar wel verstandig. De doorgewinterde nachtwakers doen het allemaal. Puur om de overlevingskansen te vergroten. Ik heb het ook geprobeerd, maar het sloeg niet aan want ik ben geen mietje. Slapen op commando is niet mijn ding. Dan maar moe naar het werk!
23.00 - Lijn 10 – Azartplein, nog net op tijd.
Strompelend kwam ik de lobby binnen lopen. Zouden ze zien
dat ik zo moe was? Zouden ze me in elkaar slaan omdat ik te laat was? Was mijn
kleding wel oke? Al snel werd ik gerustgesteld. Niemand leek zich te bekommeren
om de nieuwe uitzendkracht die net met zijn laatste restje energie de weg naar
het hotel had kunnen vinden. De dagploeg leek het druk te hebben. Hordes gasten
drongen zich op voor de balie om zich meester te maken van een van de laatste
kamers. Allemaal Amerikanen. Oh my gosh!
Er was vast oorlog in de buurt, anders zie je nooit een Amerikaan. Ik
had geen zin in oorlog en mijn aandacht dwaalde (nu) al af. De lay-out van het
hotel inspireerde mij. Het leek alsof het hotel van binnen een….
Na een half uur schrok ik wakker. Een lichtelijk
geïrriteerde Amerikaan reed met zijn veel te grote koffer over mijn voet heen.
Hij kreeg geen kamer. Helaas voor hem, maar nog steeds geen reden om over mijn
vermoeide teen heen te rijden dacht ik. Hij had het al zo zwaar. Ik kon mij
niet bedwingen om een kleine opmerking te maken in de richting van de
overweight American.
[Scheld nooit in het engels tegen een Amerikaan, want dat
verstaat hij!]
Ik lag nog steeds in de lobby en bestreek met mijn gespierde lichaam
een heerlijk ogende fauteuil. Aan de balie was men nog steeds druk bezig met
dingen die zelfs JOOST niet mag weten. Top secret. Daarom al die Amerikanen
natuurlijk. Allemaal van de CIA.
Het werd tijd om eens polshoogte te gaan nemen, over de bedoelingen van mijn
vernederende aanwezigheid. Een redelijk
gezet, maar vriendelijk dwergvrouwtje van de dagdienst gaf mij het advies om
even te gaan wandelen. Ze hadden het
namelijk heel erg druk en geen zin in vervelende beginnelingen. Mij best. Ik
vroeg of ik haar puntmuts mocht lenen, want het was erg koud buiten. Een
verwijtende blik. Oké! Wandelen kan ik wel…in tegenstelling tot haar met haar
kleine beentjes. Blij dat ik wél kon wandelen begaf ik mij op pad.
Zo leerde ik het hotel kennen.
Een hotel bij nacht, heeft iets mysterieus. Je weet, er
slapen overal mensen, maar toch ben je alleen. Alleen omdat jij wakker bent en
de rest van de ‘aanwezigen’ werkt aan zijn nachtrust. Er hangt ook een sfeer
van rust en kalmte. De tijd lijkt stil te staan.
Tijd die stil staat, daar hou ik niet van. Dan duurt het namelijk héél erg lang
voordat je weer naar bed mag. Maar er over nadenken deed pijn aan mijn hoofd.
Dus toen besloot ik om die avond niet meer na te denken.
Na een rondje te hebben gemaakt, kwam ik terug bij de balie. Er was niemand meer. Een totaal verlaten hotel bleef er achter. Een vorm van paniek overmeesterde mij. What the hell waren ze van plan met me hiero? Denk na, denk na dacht ik. Maar nadenken had ik zojuist afgezworen. Dus er kwam niets….
“Hallo” onderbrak mijn gedachtegang. Vanachter een zwart
doek kwam er een vriendelijke zwarte kop te voorschijn. Moeilijk te
onderscheiden, maar ik was blij met deze verschijning. Gelukkig, er was nog
leven op deze planeet dacht ik stiekem.
Omdat het een zware nacht was geweest tot dus ver, had mijn collega niet de
behoefte om mij direct in te werken. Ondanks deze ultieme luiheid van zijn kant
waren er echter wel klusjes te doen. Klusjes voor mij, die eigenlijk voor hem
waren! Maar omdat ik de slaaf van de avond was, nam ik de bevelen aan zonder
tegenstribbeling.
Enigszins opgetogen met het idee dat ik niet alleen was, ging ik aan de slag.
Al snel moest ik mijn enthousiasme inruilen voor een overdosis aan transpiratie
en teleurstelling. Kamers moest ik poetsen en daarbij stond het verschonen van
het beddengoed ook op mijn to-do-list. Lekker al dat schaamhaar.
Voorheen dacht ik dat apen meer haar hadden dan mensen. Na deze nacht moest ik
hier spijtig op terugkomen. Zoveel haar had ik voorheen nog niet gezien in mijn
leven. Het leek alsof de kapper zijn schoongeveegde werkvloer had geleegd in
dit bed. Opgeruimd staat netjes, moest hij hebben gedacht. Dacht ik ook, toen
ik alles fijn over het bed veegde.
Het opdekken van bedden was het zwaarste deel van de nacht
en misschien wel van mijn karige leven. Verspreid door het hotel, lagen er
kussenslopen, overtrekken, lakens en overige onderdelen die ik als een
jager/verzamelaar bij elkaar moest sprokkelen. Als een bejaarde sjokte ik 4 uur
lang door het hotel, mensen wakker makend, en uiteindelijk ook teleurstellend
op zoek naar rondslingerende benodigdheden.
Slechts lakens met brandgaten en poepvlekken kon ik vinden om de bedden in de
suites creatief mee te behangen . In chique termen was dit een voorafgaand proces
van het inmiddels populaire Cradle to Cradle. Maar lakens zijn lakens en als je
je ogen dicht doet, zie je er toch niets meer van. Hoe groezelig ze ook zijn.
Na het opdekken van de bedden kwam ik tot de conclusie dat de gasten het idee
moesten krijgen dat er een hond in hun bed had geslapen. Maar ik kan nu eenmaal
niet opdekken. Staat duidelijk in mijn cv. Toch kreeg ik wroeging.
Arme mensen. Betalen zich blauw voor vieze lakens. Misschien wist mijn moeder raad. Een slecht idee bleek later. Ze sliep en vond me een debiel. Om vier uur je moeder wakker bellen om vervolgens de techniek van het opdekken telefonisch tot je te nemen, bleek een wanhopige illusie. Ze zei dat ik maar vaker mijn eigen bed had moeten opdekken in het verleden, dan had ik nu niet dit probleem gehad. Met deze woorden drong het eindelijk tot me door waar die zogenaamde opvoeding al die jaren goed voor was geweest. Of beter gezegd, goed voor had moeten zijn. Ik voelde me ellendig en een nietsnut.
Na mijn intense inspanningen en inmiddels flink opgelopen bloeddruk ben ik er even goed voor gaan liggen. Met een blikje Red Bull uit de minibar in mijn vuist genoot ik van het hotelwezen. Echt iets voor mij dit werk. Na een half uur genieten begaf ik mij terug naar de receptie. De houten vloer kraakte onder mijn voeten.
Teruggekomen op mijn post, stond mijn uiterst intellectuele collega met een brandende zaklamp in de aanslag. Een waakronde door de dansclub bleek mijn nieuwe missie impossible. Het leek me wel wat. Ik vroeg of het mogelijk was dat ik een spook zou tegenkomen. Mijn collega keek mij enigszins stom aan en zei dat ik niet zo bijdehand moest doen, niet wetende dat het een serieuze vraag was. Ik zei maar niets meer. Duidelijk ander denkniveau die kerel.
Met de enorme zaklamp in mijn knuistje wandelde ik richting
de dansclub die onderdeel was van het hotel. Mocht je niet kunnen slapen tussen
de besmeurde lakens, kon je altijd nog even een dansje wagen onder het genot
van een onschuldig xtc-pilletje. Zo stelde ik het me voor.
Een grote hardhouten trap bracht mij naar de club. Het was pikkedonker. De geur
van zweet sloop ongevraagd mijn neusgaten in. Ondanks mijn normaal gesproken
flink uitgebouwde postuur voelde ik me daar in die lege zaal net zo’n kabouter
als die chagrijn van de dagdienst . Hallo is daar iemand? Als daar iemand is, wil
die mij dan alstublieft geen pijn doen? Dank u.
Mijn zaklamp bleek ook meer
uiterlijk vertoon dan inhoud. De zwakke lichtbundel haalde net de gepoetste
voorkant van mijn echt lederen schoenen. Ik was er trots op. Zelfs in het
donker glommen ze als een pauw.
Helaas lagen er die avond geen ronkende zwervers op zoek naar beschutting. Dit
in tegenstelling tot de belofte die mijn lieve collega’s gemaakt hadden. Een
zwerver die ligt te slapen, daar kun je leuke dingen mee doen, vertelden ze me.
Wat precies wilden ze niet vertellen.
Teleurgesteld liet ik mij van de trap vallen. Wat een tegenvaller. Geen
zwervers in dit hotel…wat een klote -tent is dit.
Het zat er weer bijna op voor deze dienst. Het was half 7 en bijna mocht ik
naar huis. Het licht begon zich langzaam een weg te banen door de lamellen, die
nog even niet leken te willen meewerken. Vreemd al dat licht. Het deed pijn.
Weer bij de balie aangekomen vertelde ik natuurlijk dat ik twee zwervers was
tegengekomen en ze hardhandig uit het raam had gegooid van twee hoog. De
manager stond er toevallig bij en kwam mij spontaan de hand schudden. “Dat
soort mensen zoeken wij!”
Uit groot respect voor mijn daden mocht ik de dag later terugkomen.
7.15 - Lijn 10 – Van Hallstraat, alle tijd.
