De ergernis die een groot gedeelte van forenzend nederland regelmatig met mij deelt sloeg weer toe vandaag. Geen trein, geen omroepbericht, niet eens wat op de borden. En het vroor op Tilburg West. Het vroor hard. Ik heb zelfs moeite met typen nu, want mijn handschoenen lagen thuis.
Nou is dit op zich weinig nieuws. Het mooie aan barre omstandigheden en NS-ongemak is echter dat het een enorme band schept met medereizigers. Kleumend stonden we bij elkaar, ons afvragend of de volgende trein wél zou stoppen. Dat doet ie vervolgens niet, en de scheldwoorden die één van mijn nieuwe vrienden naar de voorbijrazende vrachttrein schreeuwt komen uit ieders hart.
Één van de studenten die met mij de kou trotseerden moest dezelfde kant op, naar het mooie Limburg. Dat schept nog meer band natuurlijk. We halen wat herinneringen op en lachen. Hij was zo slim geweest een paar bier achterover te slaan voor het OV proberen te trotseren, dus de kou trof hem wat minder. Tot hij de biertjes eruit plaste in een prullenbak in ieder geval.
Uiteindelijk heb ik de mooie band die ik in drie kwartier kou lijden had opgebouwd met mijn medegedupeerden maar verbroken. Ik zit weer op mijn kamer. Met wat creatief bus- en treinwerk had ik het waarschijlnijk nog wel gehaald tot Roermond. Ik besloot het risico echter niet te lopen. Vlak bij je huis stranden is tot daar aan toe, maar de nacht doorbrengen in de vrieskou in een vreemde stad halverwege tussen thuis en thuis gaat me toch echt iets te ver.
