Wanneer iemand mij, met mijn ingekapselde ‘zachte g’, “Belg” noemt, dan ben ik soort van dankbaar. Ik krijg dan een gevoel van chauvinisme voor een land waarmee ik formeel geen band heb. Een misplaatst gevoel van trots.
Trots zou ik als Belg terecht zijn. Op Brussel bijvoorbeeld, de hoofdstad van Europa. Of op het tweetalig, kwalitatief hoogstaande onderwijs. Op de vele bieren en bourgondische lekkernijen. Op de mooie Ardennen. Op de educatief hoogwaardige, beschaafde publieke (televisie-) omroep. En bovenal op de vrouwen, die met hun ragfijne Vlaamse accent woorden zacht als boter doen laten klinken.
Het contrast is dan ook groot met Holland, waar de f*ck ík vandaan kom. Plezier van het kijken naar Canvas, maakt plaats voor een soort schaamte, wanneer ik de remote langs de vaderlandse netten laat glijden. Reclame, in verhoogd volume, vormt een uitdrukkelijke onder-de neus-wrijving van het massa-consumentisme. ‘Gij zult niet stelen’ heeft plaatsgemaakt voor ‘Gij zult kopen’.
Tussen de reclameblokken door zijn er echter óók bewegende beelden; pulpistisch en inhoudsloos, maar vooral: schaamteloos.
De échte Nederlandse Hollander heeft zich dankzij de kunst der evolutie ontdaan van elke vorm van schaamte. Perfectionering van de Homo Ignorantum Lompum. De bereikte status wordt dan ook het liefst schreeuwend geuit.
Fatsoensnormen zijn met de deegroller van BNN en de Heer Witteman tot het laagste peil ooit gebracht. Niet “U”, maar “Je”; Witteman bepaalt wanneer er getutoyeerd wordt. Giel Beelen, de BNN-se douche-loze centen-trut, doet er een schepje bovenop met zijn quasi-anarchistische-shockgedrag; schaamte en fatsoen komen bij Gieltje niet in de vocabulair voor.
En dan onze knuffel-Marokkaan. Ali-B heeft het woord “U” nooit geleerd en spreekt met de grootste moeite een taalkundig-correcte zin uit, maar wordt te pas en te onpas voor de beeldbuis gesleept: de Hollandse Homo Ignorantum Lompum toont haar tolerante geest (geen wonder dat vele allochtonen onze taal na vele jaren nog niet machtig zijn..)
De Homo Ignorantum Lompum in optima forma (Giel is blijkbaar niet eens het dieptepunt) is wekelijks te zien en te horen in de Amsterdam ArenA en andere voetbalhavens. Strijdvaardig blijven ze onverscholen. Hun genialiteit steken ze niet onder stoelen of banken wanneer de liederen of spreekkoren worden aangeheven: “AJAX! JODEN!, AJAX! JODEN!”.. En iets verder naar het zuiden, akelig dicht bij Limburg, galmt het “BOEREN! BOEREN!” van de PSV-supporters..
Ik, als Limburger, bekijk met argusogen hoe de door Giel en consorten geïnstigeerde lompheid zich als een olievlek uitbreid over Nederland. Limburg is tot dusver de dans ontsprongen, omdat het nooit als volwaardige provincie van het voormalig Koninkrijk der Nederlanden is beschouwd. Spottend is er altijd gesproken over het stukje land waar de reserve-belgen wonen, onaangepast, met een accent dat het midden houdt tussen het Belgisch en Duits. Een geluk bij een ongeluk; de grootste familie van Nederland, exclusief Limburg. De grote massale-massa lompheid is Limburg daarom vooralsnog bespaard gebleven.
Toch zijn er tekenen van verval te zien; de evolutie staat met gebalde vuisten op de Limburgse grensposten te bonzen. Het lijkt derhalve niet zeer onwaarschijnlijk dat Limburg in de toekomst weemoedig zal terugdenken aan de tijd dat het reserve-België was, toen de Homo Ignorantum Lompum louter in Holland voorkwam. Ik dien daarom bij deze een Motie in tot gezamenlijke onafhankelijkheid van Limburg en Vlaanderen; het volkslied hebben we al:
“Wie sjoen os Limburg is
begrip toch neemes
allein de zuuderling
dae Limburg leef is
want do'or de jaore heen
blif Limburg onbetwis
't stjokske Nederland
dat 't sjoensten is.”
